TC: Waterhulpverlening

 

Reddingsbrigade Nederland heeft de waterhulpverlening opleidingen voor niveau 2 (Junior Lifeguard), niveau 3 (Lifeguard) en niveau 4 (Senior Lifeguard) binnen die nieuwe structuur uitgewerkt in vergelijking met de huidige instructeursopleiding.

 

Schema (versie 1 september 2014)
 

Junior Lifeguard
Pool Open Water Beach  
2.1 p
2.2 p
2.1
2.2 ow
2.3
2.1
2.2 be
2.3
toezichthouden
redding
postwerk

 

Lifeguard
Pool Open Water Beach  
3.1 p
3.2 p
3.3 p
3.1
3.2 ow
3.3
3.4
3.5
3.1
3.2 be
3.3
3.4
3.5
toezichthouden
redding
postwerk
communicatie
evenementen

 

Specialisaties
Chauffeur Schipper
Open Water
Schipper Beach  
3.2 ch
3.3 ch
O&G
3.2 ows
3.3 s
3.2 bes
3.3 s
redding
postwerk

 

Senior Lifeguard
4.1
4.2
4.3
4.4
4.5 (optioneel)
toezichthouden
redding
postwerk
communicatie
evenementen
 
Specialisaties
Schipper
4.2 S

 

Alle documenten Waterhulpverlening vind je hier.

Opzet opleidingen
De opleidingen zijn gebaseerd op competentiegericht leren. Een competentie betekent vertoond gedrag. Om dit gedrag te vertonen, heb je kennis, kunde en beroepshouding nodig. Eerst wordt gekeken naar iemands vaardigheden, eigenschappen, kennis, attitude en dergelijke. Dit wordt vergeleken met dat wat iemand zou moeten kunnen om goed te functioneren. Op basis van die vergelijking wordt gekeken, waarvoor iemand kan worden opgeleid. De opleidingen zijn dus op de persoon afgestemd. Bij competentiegericht leren, staat het leren met opdrachten en het opdoen van ervaring in de praktijk centraal.

Begeleiders tijdens de opleiding
Bij de opleiding zijn verschillende opleiders betrokken: de instructeur en de aangewezen (Senior) Lifeguards.

Beroepspraktijkvorming (BPV)
Beroepspraktijkvorming is het deel van een opleiding, dat plaatsvindt in de praktijk van de functie. De diploma’s binnen de waterhulpverleningsopleiding vindt zoveel mogelijk in de reële situatie plaats en bestaat dus voor een groot deel uit BPV. Tijdens de beroepspraktijkvorming is het de bedoeling dat de kandidaat actief leert in de praktijk. Dit houdt in dat, afhankelijk van het niveau van de opleiding, de kandidaat in de praktijksituatie zelf leert. De situatie waarin de beroepspraktijk-vorming gevolgd wordt, is ook de situatie, waarbij de proeve van bekwaamheid voor het praktijkdeel wordt afgelegd.

Werkopdrachten
Opdrachten die de kandidaat, vaak in een praktijksituatie, uitvoert, vormen de kern van de opleiding. De opdrachten zijn te vinden in de studiegids/opdrachtenboek. Dit zijn de opdrachten om mee aan de slag te gaan tijdens de opleiding. Als tijdens een opdracht blijkt, dat de kandidaat meer informatie en kennis nodig heeft, zal in overleg met de instructeur de juiste informatie moeten worden verkregen. De instructeur of de aangewezen (Senior) Lifeguard kan ondersteunen bij het uitvoeren van de opdrachten en geeft in eerste instantie zijn mening. De instructeur bepaalt met de kandidaat welke opdrachten worden uitgevoerd.

Portfolio en prestatiedossier
Een belangrijk deel van de opleiding is het bijhouden van een portfolio. Een portfolio is een (digitale) map waarin (authentieke) bewijsstukken verzameld worden, zoals uitgewerkte opdrachten en beoordeling van de BPV. Veel scholen werken met portfolio’s. Een kandidaat houdt één portfolio bij. Daarin kunnen dus zowel bewijsstukken van school als de vereniging(en) waar de kandidaat actief is in zitten. Een deel van het portfolio wordt tijdens een Proeve van Bekwaamheid beoordeeld. Dat deel noemen we het prestatiedossier.

Proeve van Bekwaamheid (PvB)
De toetsing van de opleiding gebeurt middels het afnemen van Proeven van Bekwaamheid. Een PvB is een toets in, of het aantonen van bekwaamheden uit, de reële beroepspraktijk. Een opleiding bestaat uit drie of meer proeven van bekwaamheid. Minimaal één daarvan is een beoordeling in de praktijk, waar de kandidaat beroepspraktijkvorming heeft gedaan. Deze PvB vindt plaats op een centrale locatie of bij de eigen brigade. Hiervoor komt een onafhankelijke examinator samen met de instructeur de kandidaat beoordelen.

De andere PvB’s worden beoordeeld aan de hand van een prestatie dossier. Iedere PVB toetst in grote lijnen een competentie, de competenties staan op de laatste pagina van deze folder. Het aanvragen van een PvB gebeurt in overleg met de kandidaat en de instructeur. Een PvB kan op ieder moment worden aangevraagd. Per behaalde PvB versterkt Reddingsbrigade Nederland een certificaat. Bij het ongediplomeerd verlaten van de opleiding heeft de kandidaat bewijsstukken van de al met goed gevolg afgelegde onderdelen. Als de kandidaat alle PvB’s voor de opleiding gehaald heeft, dan ontvangt deze een diploma.

Praktisch
Het is de bedoeling, dat de kandidaat tijdens de opleiding heel veel praktische ervaringen opdoet. De nadruk ligt dan ook bij activiteiten bij de vereniging. We verwachten van de kandidaat dat deze zeer regelmatig aanwezig is op de verenigingsmomenten en zich actief opstelt. We verwachten van de brigade dat ze de kandidaat de gelegenheid geeft, in de praktijk van de brigade, onder begeleiding van een praktijkbegeleider, ervaring op te doen.

Tijd
De tijdsinvestering hangt sterk af van de al aanwezige competenties, niveau van de opleiding, de inzet en het leervermogen van de kandidaat en van de instructeur die de opleiding verzorgd. De werkelijke tijd zal per kandidaat verschillen. Een kandidaat met bepaalde vaardigheden, eigenschappen en kennis kan een onderdeel in minder tijd afronden, dan een kandidaat die moeite heeft met een onderdeel. Als een kandidaat voor een PvB zakt, dan zal die opnieuw moeten worden afgelegd. Bovendien wil de ene kandidaat meer tijd aan de praktijk besteden, dan de andere.

Downloads:
- PDF Cursusmap
- PDF 'Algemeen'
- PDF 'Communicatie'
- PDF 'Incident'
- PDF 'Toezicht'
- PDF 'Postwerk'
- ZIP Naslagwerk (compleet)
                     

« Terug naar de Technische Commissie (TC)

 


 

 

Contact met de TC:
Roland de Jong

• E-mail: tc@vandixhoornbrigade.nl